Charles woont in Oeganda. Hij is het vierde kind van zijn moeder. Zijn broers en zussen hebben allemaal andere vaders en niemand weet precies wie het zijn.  Al snel werd duidelijk dat zijn moeder niet voor de vier kinderen kon zorgen en dus ging Charles met zijn broers en zussen bij een tante wonen.  Het was druk in het huis, maar de jaren bij tante waren relatief goed. 

Een wees zonder hoop

Toen de tante overleed, moesten alle kinderen bij een oma gaan wonen.  Die zorgde op dat moment al voor andere kinderen en kon deze kinderen er eigenlijk niet bij hebben. Er was zelden genoeg eten en er was geen geld voor school.  De regering dwong iedereen bovendien om naar vluchtelingenkampen te vertrekken, omdat ze de mensen in het noorden van Oeganda niet konden beschermen tegen het rebellenleger.  Het zag er niet goed uit voor Charles, er was geen hoop voor een toekomst.

Medewerkers van Hope Alive vonden Charles in het kamp. Dankzij sponsorgeld kon hij weer naar school. Hij rondde een opleiding tot loodgieter af, trouwde met Rebecca en kreeg een dochtertje, maar hij kon geen vaste baan vinden om zijn gezin te onderhouden. 

Een nieuw begin

Toen Charles hoorde van het Man Up programma van Hope Alive, twijfelde hij geen moment. Hier kreeg hij een Bijbelstudie van twaalf weken, een ondernemerstraining van tien weken en een microkrediet om een bedrijfje te beginnen. Samen met zijn vrouw heeft hij een klein naaiatelier geopend. Inmiddels hebben Charles en Rebecca zes kinderen. Hij woont en werkt op de boerderij van Hope Alive als manager en trainer en vorig jaar is hij benoemd tot assistent-dominee in de plaatselijke kerk. 

Rebecca, de vrouw van Charles, in haar eigen naaiatelier
Bomen planten in de woestijn

De boerderij waar Charles werkt, is opgezet om boerengezinnen te helpen om een beter inkomen te verdienen en tegelijkertijd het milieu te beschermen. Grootschalige ontbossing heeft de afgelopen decennia grote negatieve gevolgen gehad voor het milieu, maar ook voor de opbrengst van de landbouw in het gebied.  Lokale bossen en bomen rond de boerderijen worden gekapt voor brandhout en houtskool om te kunnen koken. Ze organiseren verschillende trainingen, zoals het planten van bomen voor houtskoolproductie, het planten van een voedselbos en het houden van bijen.

Trainer Charles (rechts) met een deelnemer in het voedselbos

Iedere familie die de bijentraining heeft gevolgd, kreeg drie kasten met bijen.  De verkoop van honing levert inkomen op, maar de bijen zijn ook belangrijk voor de gewassen en een gezond ecosysteem.  Andere families hebben duizend boompjes geplant die later kunnen worden gebruikt als brandhout en voor het maken van houtskool. Het hout dat ze overhouden, kunnen ze verkopen. Weer andere families hebben honderd verschillende fruitboompjes geplant. In de toekomst zal het fruit de ondervoeding van de kinderen in het gebied tegengaan. Het overschot wordt op de markt verkocht en levert zo een inkomen op.

Een baken van hoop

Zo is Charles van een kind zonder hoop een voorbeeldfiguur geworden in zijn gemeenschap. Een baken van hoop, die het evangelie deelt en families praktische agrarische trainingen geeft. Hier groeit hoop voor de toekomst, met ‘rendement’ tot in eeuwigheid.

Charles is hulppredikant in de plaatselijke kerk

Gertjan Flikweert werk als missionair diaconaalwerker in Noord-Oeganda. Diaconaat ondersteunt het werk dat hij doet.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u