Als Maart-Jan zich voorstelt aan een bezoeker van Hart voor West, zegt hij: “Noem mij maar een novice!” En de voorganger – van wie hij de vader had kunnen zijn – noemt hij zijn oudere broer. Het tekent de bescheidenheid van Maart-Jan Bellaar Spruijt. In gesprek met een dopeling van 83 jaar.

Kindertijd over de hele wereld

Hij wordt geboren in Leidschendam en groeit op in redelijke welvaart als middelste van vijf kinderen. “We speelden in de Vliet, die ooit door de Romeinen gegraven is. Park Leeuwensteijn was een idyllische enclave, zelfs in de oorlog. Ik ging als jongetje met mijn moeder mee naar de voedseldistributie. De Duitsers waren vertederd door dat blonde jongetje en gaven wat extra’s mee.”

De vader van het gezin werkt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en wordt uitgezonden naar de Nederlandse ambassade in Australië. Maart-Jan is dan negen jaar. Nog zeven jaar later verhuist het gezin naar Canada. Later realiseert MaartJan zich dat hij al jong ontworteld is en nergens echt thuis is.

Terug naar Nederland

Na het voortgezet onderwijs besluit Maart-Jan terug te keren naar Europa. Na een jaar in Parijs volgt hij een studie politicologie in Amsterdam en bedrijfssociologie in Rotterdam.

Maart-Jan komt bij Philips in Eindhoven terecht. Het is een mooie tijd; er is veel geld om onderzoeken te doen en het bedrijf groeit tegen de klippen op. Privé zijn er wel zorgen, maar Maart-Jan noemt zich desondanks een zondagskind. Na gewerkt te hebben in Amsterdam en de Achterhoek komt Maart-Jan in Rotterdam terecht. Hij ondersteunt zijn vrouw Milo in het opzetten van een taalschool, waar met name expats de Nederlandse taal leren. Het bedrijf loopt goed en Maart-Jan houdt ervan om daarnaast hun oude huis aan de Mathenesserlaan op te knappen. Samen hebben ze een dochter.

Een welwillende heiden

Welke rol speelt geloof in dit verhaal? “Ik ben niet gedoopt, maar kreeg thuis wel cultuurchristendom mee. Zaken als ‘wie goed doet, goed ontmoet’ werden mij met de paplepel ingegoten. Er werd niet uit de Bijbel gelezen of gebeden.

Een enkele keer gingen we met familie naar de kerk maar ik had geen idéé wat daar allemaal gebeurde. Tijdens een gebed zag ik mijn vader met gesloten ogen en riep ik door de kerk: ‘Moeder, vader sláápt!’ De sfeer in ons gezin zou je kunnen omschrijven als ‘verlicht CDA’. Ik had niets tegen geloof, maar ik had er ook niets mee.

Milo en Maart-Jan

Mijn vrouw Milo komt uit de katholieke hoek en was wel gelovig. We zijn in de kerk getrouwd. Maar ik begreep de essentie niet; hoezo moet ik me overgeven aan God? Je zou mij in die tijd een ‘welwillende heiden’ hebben kunnen noemen.”

Geloof werd een werkelijkheid

Het veranderde toen ik in aanraking kwam met Hart voor West. Ik volgde de Alpha-cursus en voerde talloze gesprekken met Cees (van Breugel, red.). Dit zette me aan het denken. Ik ontdekte dingen die ik nog nooit gezien had. Neem nou al die ‘ikken’ in mij, die van alles willen maar wát ze willen past niet bij het gebed van Jezus: ‘Uw wil geschiede!’ In het christendom kom je pure onbaatzuchtigheid tegen; dat was nieuw voor me. Neem Jezus: Hij is de onbaatzuchtigheid zelf! Daar kun je niet omheen. Het geloof werd een werkelijkheid voor me.

In het christendom kom je pure onbaatzuchtigheid tegen

Het harnas afleggen

En omdat je niet geloven kunt in je eentje, wilde ik me ook graag aansluiten bij een gemeenschap. En nu, na de doop, merk ik dat er een wissel is omgegaan. Ik lees boeken van Tim Keller en C.S. Lewis, en elke keer ervaar ik dat het over mij gaat. Ik ben bezig mijn harnas af te leggen. Er is een eigenaardige kwetsbaarheid over me gekomen.

Wie Jezus is? Het blijft een mysterie om daar iets over te zeggen. Ik kan het ten diepste niet bevatten. Er gaat een wereld voor me open. Maar ik gelóóf in Hem. Liever nog: Ik vertróuw Hem!”

Dit artikel verscheen eerder in de ‘Nieuwsbrief missionair – nummer December 2025’ van Hart voor West.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u