De toendra in het hoge Noorden is uitgestrekt. Er leven rendierhouders op de toendra. Die hebben een nomadenbestaan. Er zijn ook dorpjes. Vaak bestaan ze uit niet meer dan driehonderd inwoners. Eén ervan heet Ust’-Avam.

De meeste inwoners van Ust’-Avam verdienen hun inkomsten met vissen. ’s Zomers vanuit boten op de rivier en ’s winters in ijswakken. Het leven is niet makkelijk. De regering legt visserij aan banden: je hebt een dure vergunning nodig. Mensen worden depressief door de vaak uitzichtloze situatie.

Weerstand tegen het evangelie

Elk jaar komt evangelist Oleg Ljoebitsj hierlangs tijdens zijn tweeduizend kilometer lange reis om het evangelie te verkondigen. Duizenden kilometers leggen hij en zijn team van acht evangelisten af om mensen te bereiken die vaak erg afgelegen en eenzaam wonen. Het licht van het evangelie is in deze duisternis zo nodig!

In het begin van zijn evangelisatieactiviteiten in dit dorp kon Oleg rekenen op tegenstand. De sjamanen, tovenaars die contact hebben met vooroudergeesten, ervaren het licht van het evangelie van Jezus Christus als een grote bedreiging voor de gevestigde orde. Op het moment dat zij de leiders van een dorp aan hun kant hebben, is het voor de evangelisten die wij ondersteunen vaak moeilijk om te evangeliseren. De burgemeester was tegen Oleg en zijn activiteiten gekant. Maar daar kwam verandering in.

Vijand wordt vriend

Reizen op de toendra is gevaarlijk. Als je in de barre weersomstandigheden met je auto of sneeuwscooter pech krijgt en er is geen hulp dichtbij, dan ben je haast ten dode opgeschreven. Mensen die onderweg zijn, bieden daarom altijd hulp aan als iemand gestrand is. Dat is van levensbelang. Oleg trof op enig moment de genoemde burgemeester aan, die op de toendra gestrand was. Als daad van naastenliefde heeft hij de burgemeester bij zich in de Trekol (sneeuwvoertuig) genomen en hem veilig naar het dorp gebracht.

Evangelist Ljoebitsj heeft gedaan wat de Heere Jezus van hem vroeg (Romeinen 12:18-21), tot verwondering van de burgemeester, die een vijand van het evangelie was. Vanaf dat moment is de houding van deze man veranderd en juicht hij de evangelisatieactiviteiten van Oleg juist toe.

De burgemeester wil een kerk

De burgemeester stelde de Dom Kultura, het dorpshuis, ter beschikking. Dat kon Oleg gebruiken als hij weer op bezoek kwam. Maar op enig moment gaf hij aan dat hij zich achtergesteld voelde bij andere dorpen in de buurt. Daar hebben de christenen een eigen Dom Malitwa, een gebedshuis. Waarom werd er geen gebouwd in zijn dorp? Er waren toch al enkele christenen hier? Hij zou er zelf wel een stuk grond voor beschikbaar stellen.

Financiering door kerken uit Nederland

Dat was natuurlijk een buitenkans. Als zelfs de wereld actief vraagt om de bouw van een kerk, kun je als christenen toch niet achterblijven? Het probleem was de financiën. Daar kon het deputaatschap zending bij helpen. Van de bouw van het gebedshuis werd een zogenaamd plusproject gemaakt. Dat wil zeggen dat het geld dat voor dit specifieke doel wordt ingezameld, niet gebruikt hoeft te worden voor de reguliere kosten voor het zendingsproject. Want wat is er heerlijker dan dat er meer preekplaatsen komen, zodat het licht van het evangelie des te meer gaat stralen in dat duistere noorden van de wereld?

Van verschillende kanten kwam geld voor dit project binnen. De grootste bijdrage kwam van een van onze eigen kerken, die plannen maakte voor de renovatie van de kerk. Het parkeerterrein was al geheel vernieuwd en de kerkenraad had besloten om een evenredig bedrag als voor het parkeerterrein nodig was, te investeren in een kerk op het zendingsveld. Zo kwam het benodigde bedrag voor het nieuw te bouwen gebedshuis boven de poolcirkel heel snel binnen.

God zij gedankt

Natuurlijk is de winter niet de beste tijd om iets nieuws te bouwen. Dat moet in de zomertijd gebeuren. De zomers in het poolgebied zijn kort en dus moest in korte tijd veel gedaan worden. Eerst moesten alle grondstoffen en materialen aangeschaft en naar de bouwplaats vervoerd worden. Ook hier hebben de christenen in deze regio zegen bij ondervonden. Het gebedshuis kon in een zomer gebouwd worden en is inmiddels in gebruik genomen. Een grote zegen van God. Of, zoals ze in de lokale taal zeggen: Slava Bogu (God zij gedankt).

Wij zijn dankbaar dat we op deze manier als kerken hebben kunnen helpen. Uw hulp blijft nodig, in gebed en met uw gaven. Laten we bidden dat de Heere Ust’-Avam en andere plaatsen gebruikt voor de verbreiding van het evangelie en de opbouw van Zijn Koninkrijk. Laten we bidden dat de burgemeester zelf tot geloof mag komen. En dat het rijk van de satan en de duisternis wordt afgebroken, zodat de enige Naam tot zaligheid, de Naam van Jezus, meer en meer zal klinken tot redding van velen.

Ds. P.W.J. van der Toorn is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Bunschoten en lid van de deputaatschapscommissie voor het hoge Noorden

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u