Ruim dertig jaar geleden vertrokken Hessel en Coby Visser naar Botswana. Hun missie was: het vertalen van de Bijbel in het Naro. Soms stuiten zij op een vertaalprobleem.

‘Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.’ In de Naro-vertaling van deze tekst uit Richteren 15:4 was voor ‘fakkel’ een Naro-woord gebruikt dat mooi en natuurlijk leek en helemaal eigen is aan de Naro-taal, namelijk dtcòó-tcgáí, wat ‘springhaas-oog’ betekent.

Springhazen springen ’s nachts lustig rond in het veld, en hun ogen zijn erg opvallend. Reden waarom Naro-sprekers een zaklantaarn zo noemen. Deze constructie leek dan ook een geweldige optie voor het Engelse ‘torch’ dat het team in de vertalingen tegenkwam (‘put a torch between each pair of tails’).

Maar ja, het woord torch heeft minstens twee betekenissen: het kan zowel ‘zaklantaarn’ als ‘fakkel’ zijn. Het Naro-team had te veel op woordniveau gekeken wat een goede optie voor torch in het Naro kon zijn, en te weinig gelet op de betekenis in de context, waar het toch echt belangrijk was dat het iets moest aanduiden dat brandbaar is, omdat Simson de torches in brand stak.

Uiteindelijk is besloten om het woord te vertalen met ‘gras’. Gras is goed brandbaar en kan samengebonden functioneren als fakkel. Voor iedere Naro-spreker is dan duidelijk wat Simson deed.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u